De compostworm (Eisenia Fetida) is een inlandse strooiselworm die we van nature terug vinden in de strooisellaag van het bos, ook in parken en tuinen komen ze soms in de bovenste laag van de bodem voor.
De paardenmestworm (mestpier) is dezelfde worm, maar leeft in paardenmest wat wel aan bepaalde voorwaarde dient te voldoen. Zo dient de paardenmest vrij te zijn van medicijnen en ontwormingsmiddelen. Wormen ademen door hun huid, het is daarom belangrijk dat de huid goed vochtig blijft, want bij uitdroging verstikt de worm en sterft. De huid van wormen is erg gevoelig en bij het verplaatsen van wormen is het beste om een deel van hun omgeving mee te verplaatsen.
Wormen uit paardenmest zijn een enorm goed aas voor Baars. Brasem en kolblei, maar ook de (grote)voorn is er verzot op. Bij viswedstrijden maken mestwormen best wel vaak het verschil.
Aan de vaste stok gebruikt men vaak de (meerdere) kleine mestpieren, aan de feeder gebruikt met meestal de grotere mestpier.
Goede paardenmestwormen hebben en sterkere geur en een iets rodere kleur dan de compostworm en zijn meestal wat zachter door een nattere omgeving.
Enige nadeel is dat de paardemest wormen niet altijd makkelijk te verkrijgen zijn ..